Stek volgt inflatiecijfer bij huurverhoging

Net als vorig jaar volgt Stek ook in 2019 het inflatiecijfer voor de jaarlijkse huurverhoging. Het inflatiecijfer is dit jaar 1,6%. Stek vindt betaalbaar wonen belangrijk en wil de huurprijzen niet meer dan nodig verhogen.

Niet meer dan nodig

 ‘’Wij zijn er voor de mensen met de laagste inkomens en betaalbaarheid is voor ons een belangrijk speerpunt. We zijn financieel gezond en willen niet meer huur vragen dan nodig. Wij volgen dan ook de afspraken van het Sociaal Huurakkoord, die onze koepelorganisatie Aedes met de Woonbond heeft gemaakt en maken geen gebruik van de mogelijkheid om 1% extra huurverhoging te vragen bovenop de inflatie.’’ zegt bestuurder Hans Al over de jaarlijkse verhoging. Alle huurders krijgen voor 1 mei 2019 persoonlijk bericht over de huurverhoging. Stek heeft zoals ieder jaar overleg gevoerd met de HuurdersBelangenVereniging Bollenstreek (HBVB) over de huurverhoging. De HBVB had graag een lager huurverhogingspercentage gezien, maar gezien de stijgende kosten door onder meer de inflatie vindt Stek dat niet verantwoord.

Huurverhoging afhankelijk van inkomen

Stek past de inflatieverhoging van 1,6% toe bij huurders van een sociale huurwoning met een huishoudinkomen tot € 42.436,-. Huurders van een sociale huurwoning met een huishoudinkomen hoger dan € 42.436,- en een huur lager dan € 720,42, de zogenaamde scheefwoners, krijgen een inkomensafhankelijke huurverhoging van 5,6% (4% verhoging en 1,6% inflatie). Met de HBVB is overeengekomen dat scheefwoners met een huurprijs hoger dan € 720,42 alleen een inflatieverhoging krijgen. Zij betalen immers al meer dan de maximale huurprijs die geldt voor sociale huurwoningen. Ook aan de huurders van vrijesectorwoningen berekent Stek alleen de inflatievolgende huurverhoging door. De HBVB heeft het verzoek gedaan om een plafond in te stellen voor de huurprijs van scheefwoners. Stek wil echter een gelijke prijs-kwaliteitverhouding voor al haar huurders hanteren en heeft niet ingestemd met het verzoek.